Let it go!

De eerste vakantiemiddag. Mijn zoontje en 4 vriendjes hebben zich hier op het veld voor ons zomerhuisje verzameld om te voetballen en verstoppertje te spelen. Allemaal ietwat oververmoeid door iets te weinig slaap en iets te veel activiteiten in de afgelopen weken. En allemaal ietwat oververhit dankzij de zon én de eerder genoemde oververmoeidheid. Het ‘gezellige’ van dit huisje is, dat je letterlijk alles hoort wat in de wijde omtrek gezegd en gedaan wordt, of je wil of niet. En zo ben ik, naast de dreunende muziek van mijn buurman, nu ook getuige van hoe het er daar met de mannen op het veldje aan toe gaat.

En dat gaat er op zijn zachtst gezegd niet al te vriendelijk aan toe. Dat wil zeggen bij vlagen niet, want waarschijnlijk zijn het alleen die momenten dat het mij opvalt. Ze zijn namelijk al 3 uur non-stop met elkaar aan het spelen en als het echt zo onvriendelijk en ongezellig was, dan waren ze daar inmiddels toch vast wel mee gestopt of had ik er al een paar huilend of klagend hier binnen gehad. De pittige woordenwisselingen vallen mij dus vooral op geloof ik en dan vooral de momenten dat mijn anders zo lieve zoontje zich laat gelden. Die kattenkop lijkt ineens toch verdacht veel op zijn moeder van vroeger….

Ik betrap mezelf erop dat ik al twee keer naar buiten ben gelopen om hem daarop aan te spreken, als ik bij mezelf bedenk dat dat natuurlijk nergens op slaat.  Hoezo voel ik me geroepen om in te grijpen terwijl die jongens het toch doorgaans prima zelf oplossen en elkaar aanspreken als het te gortig wordt? Omdat ik bang ben dat mijn zoontje buiten de groep valt als hij zo doet?  Wat een onzin, de anderen doen net zo hard mee en hij heeft bergen vriendjes, dus t zal allemaal best in balans zijn. Of toch vooral omdat ik zelf gewoon iemand ben die liefst altijd harmonie om zich heen heeft? Hm… dat laatste is ben ik bang de echte reden.

Ik hou van harmonie, anders gezegd, ik ben een beetje huiverig voor disharmonie of ruzie. Of eigenlijk vind ik dat gewoon doodeng. Zeggen waar het op staat, boos worden… ik kan het niet. Cadeautje van mijn jeugd en ondanks dat ik het weet en er al het nodig aan gedaan heb, lukt het me nog niet echt om gewoon eens lekker zelf ruzie te maken, onredelijk van me af te bijten en erop te vertrouwen dat dat niks af doet aan de relatie met de ander.

Dat ik mezelf daar keer op keer mee opzadel is nog tot daaraan toe, maar waar ik me vooral van bewust ben is dat ik moet oppassen dat ik mijn zoontje niet met het zelfde ‘pas-op-voor-boos’-virus besmet. Want ik weet uiteraard hoe belangrijk het is dat je gewoon mee krijgt van huis uit dat boos er altijd mag zijn. Dat je natuurlijk moet leren hoe je dat boos zijn dan op een beetje een respectabele manier doet, maar dat het op zich een hele gezonde, goede manier is om je grenzen aan te geven, even stoom af te blazen en om dingen te uiten. En dat je als kind ook nog jaren mag oefenen hoe je dat boos zijn en van je af bijten dan op een beetje okay manier kan doen. Ervarend leren heet dat, en daar zijn ze best goed in die kinderen.

Dus maak ik bij de derde keer dat ik de neiging voel de boel te gaan sussen rechtsomkeert en vraag aan de buurman of hij zijn vreselijke dreun-muziek nog iets harder wil zetten voor deze gelegenheid, zodat ik mijn zoontje en zijn vriendjes heerlijk ongestoord, zonder een overdreven corrigerende volwassene kan laten spelen.

 

PS. We hebben vanaf 25 juli een SUMMERSALE!

Bestel elke online cursus met €10 euro korting en ontvang gratis het Ebook ‘Weer terug naar school’ zodat je over een aantal weken helemaal voorbereid de vakantie weer uit kan. Voor nu, een hele fijne vakantie!