Ophaalstress

“Ik wil niet naar huis!”

Welke ouder kent het niet? Je komt je kind ophalen van de crèche, ietwat gehaast omdat je er toch weer langer over deed dan verwacht, en loopt verwachtingsvol het kinderdagverblijf binnen. Eindelijk zie je je lieveling weer! Maar valt dat even tegen: in plaats van dat hij met wijd uitgespreide armpjes op je afrent en roept: “Mama, ik heb je zo gemist!”, holt hij juist weg en verstopt zich verbeten onder het klimhuis. In het allerverste hoekje. Wég herenigingsidylle. De warme gevoelens waarvan je daarnet nog doortrokken was, maken plaats voor irritatie en gêne. Waarom dóet hij nou weer zo? Je grootste schat wordt ergernisbron numero uno als hij niet met je meewil naar huis. Hij wil op de crèche, bij zijn vriendje of op het feestje blijven, maar ik elk geval NIET MET JOU MEE! Hoe los je dat op?

Overgang

Kinderen doen zo omdat dit een overgangsmoment is. Daar hebben veel kleine kinderen en ook gevoelige exemplaren, moeite mee. Denk maar aan de overgang van dag naar nacht (niet willen slapen), van huis naar de crèche (niet willen blijven) en van de crèche weer naar huis (niet naar huis willen). Jonge kinderen leven in het nu en kunnen niet in de toekomst plannen.” Dat speelt  vooral bij kinderen in de crècheleeftijd. Zij kunnen nog niet bedenken: ‘Ik ga nu ophouden met spelen, want mama komt me zo halen.’ Ze zijn nú aan het spelen en dat is leuk. Dan komt mama en dat is ook best fijn, maar niet zo leuk als het spel. En dus gaan ze door met waarmee ze bezig zijn. Gevoelige, temperamentvolle kinderen kunnen ook met die overgangen dwars of heel verdrietig worden. Daar kan achter zitten dat zij de hele dag zoveel prikkels oppikken en moeten verwerken en dat waak op opvang, bij opa en oma of op speelafspraken en school redden, maar zodra hun veilige haven dan in zicht is (jij dus!) dan stroomt het emmertje over en komen de emoties eruit. Als je deze mogelijke achterliggende redenen begrijpt en – heel belangrijk – het niet ziet als een afwijzing, is er al een hoop gewonnen.

Dreinerige peuter, teleurgestelde moeder

Maar je niet afgewezen voelen, is niet zo eenvoudig. Vooral niet als je na een lange werkdag zelf ook moe bent, en je in plaats van een blije spring-in-het-veld een dreinerige peuter aantreft. Dan ligt de teleurstelling al snel op de loer. Tischa: “Misschien voel je je afgewezen als je zoontje je nauwelijks ziet staan en meer aandacht heeft voor de crècheleidster. Maar dat zegt niks over jou en hij doet het zeker niet om je te pesten. De leidster is die dag zijn baken geweest, en nu moet hij omschakelen. Een valkuil voor ouders is dat je door je eigen emoties te snel over het gevoel van het kind heen stapt. Daardoor vergeten we ons te verplaatsen in het kind. Dan hoor je jezelf ineens dingen roepen als: ‘Ook leuk, kom ik je ophalen en dan ga je lopen klieren! Ik heb je de hele dag niet gezien! Waarom doe je nou zo?’ Maar een jong kind wéét helemaal niet waarom zo doet. Daar heeft hij ons voor nodig. En de oplossing is eigenlijk heel simpel: benoem en erken zijn gevoel zonder het te veroordelen, daardoor voelt hij zich gezien. En een kind dat zich gezien en gehoord voelt, is een beter meewerkend kind. Neem het volgende voorbeeld: Stel, je bent op een leuk feestje en opeens zegt je man tegen je: ‘Kom we gaan nu weg.’ Daar heb je dan waarschijnlijk geen zin in, zeker niet als je je glas nog niet leeg hebt en je vriendin óók nog even blijft. En als je man dan ook nog zegt: ‘We hebben een heel leuk feestje gehad en nou doe jij zo vervelend. Je gaat gewoon mee’, zijn de rapen helemaal gaar! Toch is dat precies wat we bij onze kinderen doen. Verplaats je dus in het kind door zijn gedrag te verwoorden, want dat kan hij vaak zelf niet. Als je bijvoorbeeld zegt: ‘Ik zie dat je graag wil blijven en dat snap ik, want het is hier hartstikke leuk’, dan zal hij veel minder geneigd zijn om zijn kont tegen de krib te gooien. Dat zou je zelf ook niet doen.”

Neem de tijd

Behalve het erkennen van het gevoel van het kind is het ook belangrijk om de tijd te nemen. Vaak komen we ‘even snel’ ons kind ophalen en nemen we hem het liefst per ommegaande weer mee naar buiten. Want de parkeermeter of echtgenoot wacht, het oudste kind zit op de BSO, of het eten moet om zes uur op tafel  staan. Neem tijd voor dat overgangsmoment. Pluk je kind niet onmiddellijk weg, maar zeg: ‘Oh je bent leuk aan het spelen, wat ben je aan het doen?’ Speel dan even mee met het autootje of de pop en zeg daarna: ‘Mama is er nu. Je mag nog drie keer van de glijbaan en dan gaan we naar huis.’ Zo kan het kind de oude situatie loslaten en overgaan tot de nieuwe. Ook tot 5 tellen helpt goed. ‘Ik tel tot 5 en dan gaan we naar huis.’ Dan weet hij: ‘Ik heb nog heel even en dan is het voorbij.’ Dit hele ritueel hoeft niet meer dan 5 minuten te kosten, maar het zorgt voor een veel harmonieuzer ophaalmoment. Dus neem die tijd, ook bij speelafspraken. Desnoods ga je al iets eerder naar het vriendje, zodat je kind tijd heeft om zich voor te bereiden. ‘Ik ben nog even hier, over 5 min gaan we weg.’ Zo hebben de ridders nog even de tijd om hun kasteel af te bouwen of hun verhaal uit te spelen.

Een goede voorbereiding is het halve werk

Iets anders dat nog wel eens wil helpen is een goede voorbereiding: hoe beter ze weten waar ze aan toe zijn, hoe makkelijker ze meewerken. Zorg dat ze weten wie ze ophaalt, dus als dat ineens de buurvrouw is omdat je zelf een vergadering hebt, laat het dan even weten aan de speelafspraak, school of crèche en vraag of ze het aan kind doorgeven. Probeer vaste ophaaltijden aan te houden, hoe meer je dat doet, hoe meer rust dat oplevert. Bij een speelafspraak kunnen de ouders van het vriendje ook meewerken. Als die bijvoorbeeld zeggen: ‘Over 10 minuten komt je vader je ophalen, dus dan moet je naar beneden komen’, kan je kind zich alvast voorbereiden op het afscheid van zijn vriendje. Helaas werkt deze tip bij een crèche wat lastiger, omdat de leidsters daar nooit precies weten hoe laat de ouders komen. Maar als jouw kind erg veel last van overgangen heeft, zou je kunnen overwegen om 10 minuten voordat je aankomt even te bellen. De leidsters kunnen hem dan alvast voorbereiden en samen met hem zijn jasje gaan zoeken.

Stemmingsantenne

Wees je voordat je je kind ophaalt, ook bewust van je eigen humeur. De meeste kinderen hebben een feilloze antenne voor de stemming van hun ouders. Als jij gehaast en met een rode kop de crèche binnenkomt, gaat een kind juist rebelleren: even kijken of mama echt wel aandacht voor me heeft. Gevolg: verstoppen, zich vastklampen aan de deurpost of wegrennen. Zo is hij verzekerd van aandacht, weliswaar negatieve, maar dat dondert niet, want hij is gezien. Vaak zet de negatieve toon die bij het ophalen is gezet, zich thuis voort. Als je het pand met een krijsend kind onder de arm hebt moeten verlaten, heb je bij thuiskomst ook geen zin meer om leuk te doen. Je parkeert het kind voor de buis en duikt zelf keuken in. En dat is jammer. Voor je het weet zit je in een negatieve spiraal. Om dat te voorkomen, helpt het als je er het eerste half uur na school of crèche echt volledig voor je kind bent. Check niet meteen je e-mail, maar ga even lekker bij hem zitten of speel samen. Je kind heeft je de hele dag niet gezien en heeft je gemist. Hij wil gewoon leuke aandacht van zijn ouders. Als je structureel aandacht voor hem hebt, in de auto op weg naar huis of thuis, en een kind weet dat, helpt dat enorm. Dat dit niet elke dag lukt, snap ik. Geeft ook niet, het leven is zoals het is. Als je het maar bewust doet op de momenten dat je er wél de tijd en de puf voor hebt.” En op de momenten dat het misgaat? Dan denk je daar achteraf over na, zodat je je er op een volgend moment eerder van bewust bent. Je kunt ook best tegen je kind zeggen: ‘Mama had zo’n haast en moest zo rennen, dat ze helemaal geen tijd had om even rustig met je te kletsen. Dat was niet zo leuk hè? De volgende keer doen we het anders.’ Aan de andere kant heeft een kind nu eenmaal niet altijd begripvolle mensen om zich heen. En kinderen moeten leren  hoe ze met overgangen omgaan. Als je dat goed leert als je jong bent, zal het later ook makkelijker gaan. Maar daar hoort verzet en rebellie bij. Net als ruzie maken of tegen grenzen schoppen.

Het leven is één grote leerschool, het is alleen niet altijd even leuk voor ons als ouders. 😉

 

Wil jij meer grip op je eigen emoties en die van je kind?

Kijk dan in de ‘opvoedwinkel’ voor mijn online cursus ‘Help ik ontplof’!!